Infinitiefappuyer
Tegenwoordig deelwoordappuyant
Voltooid deelwoordappuyé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

j'appuie
tuappuies
il, elle, onappuie
nousappuyons
vousappuyez
ils, ellesappuient

Onvoltooid verleden tijd

j'appuyais
tuappuyais
il, elle, onappuyait
nousappuyions
vousappuyiez
ils, ellesappuyaient

Verleden tijd

j'appuyai
tuappuyas
il, elle, onappuya
nousappuyâmes
vousappuyâtes
ils, ellesappuyèrent

Toekomende tijd

j'appuierai
tuappuieras
il, elle, onappuiera
nousappuierons
vousappuierez
ils, ellesappuieront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que j'appuie
que tuappuies
qu'ilappuie
que nousappuyions
que vousappuyiez
qu'ilsappuient

Onvoltooid verleden tijd

que j'appuyasse
que tuappuyasses
qu'ilappuyât
que nousappuyassions
que vousappuyassiez
qu'ilsappuyassent

Voorwaardelijke wijs

j'appuierais
tuappuierais
il, elle, onappuierait
nousappuierions
vousappuieriez
ils, ellesappuieraient

Gebiedende wijs

(tu)appuie
(nous)appuyons
(vous)appuyez

Vertalingen

Catalaans
afavorir; prémer; pressionar; recolzar
Duits
auflegen; drücken; unterstützen
Engels
to press; to push; to support
Spaans
apoyar; presionar; soportar
Italiaans
appoggiare
Nederlands
ondersteunen
Portugees
apoiar