Infinitieffacturer
Tegenwoordig deelwoordfacturant
Voltooid deelwoordfacturé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jefacture
tufactures
il, elle, onfacture
nousfacturons
vousfacturez
ils, ellesfacturent

Onvoltooid verleden tijd

jefacturais
tufacturais
il, elle, onfacturait
nousfacturions
vousfacturiez
ils, ellesfacturaient

Verleden tijd

jefacturai
tufacturas
il, elle, onfactura
nousfacturâmes
vousfacturâtes
ils, ellesfacturèrent

Toekomende tijd

jefacturerai
tufactureras
il, elle, onfacturera
nousfacturerons
vousfacturerez
ils, ellesfactureront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jefacture
que tufactures
qu'ilfacture
que nousfacturions
que vousfacturiez
qu'ilsfacturent

Onvoltooid verleden tijd

que jefacturasse
que tufacturasses
qu'ilfacturât
que nousfacturassions
que vousfacturassiez
qu'ilsfacturassent

Voorwaardelijke wijs

jefacturerais
tufacturerais
il, elle, onfacturerait
nousfacturerions
vousfactureriez
ils, ellesfactureraient

Gebiedende wijs

(tu)facture
(nous)facturons
(vous)facturez

Vertalingen

Catalaans
facturar
Engels
to bill; to invoice
Spaans
facturar
Italiaans
fatturare
Portugees
faturar