Infinitiefmendier
Tegenwoordig deelwoordmendiant
Voltooid deelwoordmendié

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jemendie
tumendies
il, elle, onmendie
nousmendions
vousmendiez
ils, ellesmendient

Onvoltooid verleden tijd

jemendiais
tumendiais
il, elle, onmendiait
nousmendiions
vousmendiiez
ils, ellesmendiaient

Verleden tijd

jemendiai
tumendias
il, elle, onmendia
nousmendiâmes
vousmendiâtes
ils, ellesmendièrent

Toekomende tijd

jemendierai
tumendieras
il, elle, onmendiera
nousmendierons
vousmendierez
ils, ellesmendieront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jemendie
que tumendies
qu'ilmendie
que nousmendiions
que vousmendiiez
qu'ilsmendient

Onvoltooid verleden tijd

que jemendiasse
que tumendiasses
qu'ilmendiât
que nousmendiassions
que vousmendiassiez
qu'ilsmendiassent

Voorwaardelijke wijs

jemendierais
tumendierais
il, elle, onmendierait
nousmendierions
vousmendieriez
ils, ellesmendieraient

Gebiedende wijs

(tu)mendie
(nous)mendions
(vous)mendiez

Vertalingen

Catalaans
mendicar
Engels
to beg
Spaans
mendigar