Infinitieftricoter
Tegenwoordig deelwoordtricotant
Voltooid deelwoordtricoté

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jetricote
tutricotes
il, elle, ontricote
noustricotons
voustricotez
ils, ellestricotent

Onvoltooid verleden tijd

jetricotais
tutricotais
il, elle, ontricotait
noustricotions
voustricotiez
ils, ellestricotaient

Verleden tijd

jetricotai
tutricotas
il, elle, ontricota
noustricotâmes
voustricotâtes
ils, ellestricotèrent

Toekomende tijd

jetricoterai
tutricoteras
il, elle, ontricotera
noustricoterons
voustricoterez
ils, ellestricoteront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jetricote
que tutricotes
qu'iltricote
que noustricotions
que voustricotiez
qu'ilstricotent

Onvoltooid verleden tijd

que jetricotasse
que tutricotasses
qu'iltricotât
que noustricotassions
que voustricotassiez
qu'ilstricotassent

Voorwaardelijke wijs

jetricoterais
tutricoterais
il, elle, ontricoterait
noustricoterions
voustricoteriez
ils, ellestricoteraient

Gebiedende wijs

(tu)tricote
(nous)tricotons
(vous)tricotez

Vertalingen

Catalaans
teixir; tricotar
Duits
stricken
Engels
to knit
Spaans
tricotar
Nederlands
breien
Portugees
tecer; tricotar