Infinitiefplaner
Tegenwoordig deelwoordplanant
Voltooid deelwoordplané

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jeplane
tuplanes
il, elle, onplane
nousplanons
vousplanez
ils, ellesplanent

Onvoltooid verleden tijd

jeplanais
tuplanais
il, elle, onplanait
nousplanions
vousplaniez
ils, ellesplanaient

Verleden tijd

jeplanai
tuplanas
il, elle, onplana
nousplanâmes
vousplanâtes
ils, ellesplanèrent

Toekomende tijd

jeplanerai
tuplaneras
il, elle, onplanera
nousplanerons
vousplanerez
ils, ellesplaneront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jeplane
que tuplanes
qu'ilplane
que nousplanions
que vousplaniez
qu'ilsplanent

Onvoltooid verleden tijd

que jeplanasse
que tuplanasses
qu'ilplanât
que nousplanassions
que vousplanassiez
qu'ilsplanassent

Voorwaardelijke wijs

jeplanerais
tuplanerais
il, elle, onplanerait
nousplanerions
vousplaneriez
ils, ellesplaneraient

Gebiedende wijs

(tu)plane
(nous)planons
(vous)planez

Vertalingen

Catalaans
planar
Duits
gleiten; schweben
Engels
to glide; to hover
Spaans
planear
Italiaans
planare
Portugees
planar