Infinitieffixer
Tegenwoordig deelwoordfixant
Voltooid deelwoordfixé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jefixe
tufixes
il, elle, onfixe
nousfixons
vousfixez
ils, ellesfixent

Onvoltooid verleden tijd

jefixais
tufixais
il, elle, onfixait
nousfixions
vousfixiez
ils, ellesfixaient

Verleden tijd

jefixai
tufixas
il, elle, onfixa
nousfixâmes
vousfixâtes
ils, ellesfixèrent

Toekomende tijd

jefixerai
tufixeras
il, elle, onfixera
nousfixerons
vousfixerez
ils, ellesfixeront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jefixe
que tufixes
qu'ilfixe
que nousfixions
que vousfixiez
qu'ilsfixent

Onvoltooid verleden tijd

que jefixasse
que tufixasses
qu'ilfixât
que nousfixassions
que vousfixassiez
qu'ilsfixassent

Voorwaardelijke wijs

jefixerais
tufixerais
il, elle, onfixerait
nousfixerions
vousfixeriez
ils, ellesfixeraient

Gebiedende wijs

(tu)fixe
(nous)fixons
(vous)fixez

Vertalingen

Catalaans
fixar
Duits
anbringen; fixieren
Engels
to fix
Spaans
fijar
Portugees
fixar