Infinitiefpropager
Tegenwoordig deelwoordpropageant
Voltooid deelwoordpropagé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jepropage
tupropages
il, elle, onpropage
nouspropageons
vouspropagez
ils, ellespropagent

Onvoltooid verleden tijd

jepropageais
tupropageais
il, elle, onpropageait
nouspropagions
vouspropagiez
ils, ellespropageaient

Verleden tijd

jepropageai
tupropageas
il, elle, onpropagea
nouspropageâmes
vouspropageâtes
ils, ellespropagèrent

Toekomende tijd

jepropagerai
tupropageras
il, elle, onpropagera
nouspropagerons
vouspropagerez
ils, ellespropageront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jepropage
que tupropages
qu'ilpropage
que nouspropagions
que vouspropagiez
qu'ilspropagent

Onvoltooid verleden tijd

que jepropageasse
que tupropageasses
qu'ilpropageât
que nouspropageassions
que vouspropageassiez
qu'ilspropageassent

Voorwaardelijke wijs

jepropagerais
tupropagerais
il, elle, onpropagerait
nouspropagerions
vouspropageriez
ils, ellespropageraient

Gebiedende wijs

(tu)propage
(nous)propageons
(vous)propagez

Vertalingen

Catalaans
difondre; propagar
Engels
to propagate; to spread
Spaans
difundir; propagar
Italiaans
propagare
Nederlands
propageren; uitdragen; verspreiden
Portugees
propagar