Infinitiefcogiter
Tegenwoordig deelwoordcogitant
Voltooid deelwoordcogité

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jecogite
tucogites
il, elle, oncogite
nouscogitons
vouscogitez
ils, ellescogitent

Onvoltooid verleden tijd

jecogitais
tucogitais
il, elle, oncogitait
nouscogitions
vouscogitiez
ils, ellescogitaient

Verleden tijd

jecogitai
tucogitas
il, elle, oncogita
nouscogitâmes
vouscogitâtes
ils, ellescogitèrent

Toekomende tijd

jecogiterai
tucogiteras
il, elle, oncogitera
nouscogiterons
vouscogiterez
ils, ellescogiteront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jecogite
que tucogites
qu'ilcogite
que nouscogitions
que vouscogitiez
qu'ilscogitent

Onvoltooid verleden tijd

que jecogitasse
que tucogitasses
qu'ilcogitât
que nouscogitassions
que vouscogitassiez
qu'ilscogitassent

Voorwaardelijke wijs

jecogiterais
tucogiterais
il, elle, oncogiterait
nouscogiterions
vouscogiteriez
ils, ellescogiteraient

Gebiedende wijs

(tu)cogite
(nous)cogitons
(vous)cogitez

Vertalingen

Catalaans
cavil·lar
Duits
nachdenken
Engels
to cogitate; to think about
Spaans
cavilar
Nederlands
nadenken; peinzen