Infinitieftrotter
Tegenwoordig deelwoordtrottant
Voltooid deelwoordtrotté

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jetrotte
tutrottes
il, elle, ontrotte
noustrottons
voustrottez
ils, ellestrottent

Onvoltooid verleden tijd

jetrottais
tutrottais
il, elle, ontrottait
noustrottions
voustrottiez
ils, ellestrottaient

Verleden tijd

jetrottai
tutrottas
il, elle, ontrotta
noustrottâmes
voustrottâtes
ils, ellestrottèrent

Toekomende tijd

jetrotterai
tutrotteras
il, elle, ontrottera
noustrotterons
voustrotterez
ils, ellestrotteront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jetrotte
que tutrottes
qu'iltrotte
que noustrottions
que voustrottiez
qu'ilstrottent

Onvoltooid verleden tijd

que jetrottasse
que tutrottasses
qu'iltrottât
que noustrottassions
que voustrottassiez
qu'ilstrottassent

Voorwaardelijke wijs

jetrotterais
tutrotterais
il, elle, ontrotterait
noustrotterions
voustrotteriez
ils, ellestrotteraient

Gebiedende wijs

(tu)trotte
(nous)trottons
(vous)trottez

Vertalingen

Catalaans
trotar
Duits
traben
Engels
to trot
Spaans
trotar
Nederlands
draven