Infinitiefbalbutier
Tegenwoordig deelwoordbalbutiant
Voltooid deelwoordbalbutié

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jebalbutie
tubalbuties
il, elle, onbalbutie
nousbalbutions
vousbalbutiez
ils, ellesbalbutient

Onvoltooid verleden tijd

jebalbutiais
tubalbutiais
il, elle, onbalbutiait
nousbalbutiions
vousbalbutiiez
ils, ellesbalbutiaient

Verleden tijd

jebalbutiai
tubalbutias
il, elle, onbalbutia
nousbalbutiâmes
vousbalbutiâtes
ils, ellesbalbutièrent

Toekomende tijd

jebalbutierai
tubalbutieras
il, elle, onbalbutiera
nousbalbutierons
vousbalbutierez
ils, ellesbalbutieront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jebalbutie
que tubalbuties
qu'ilbalbutie
que nousbalbutiions
que vousbalbutiiez
qu'ilsbalbutient

Onvoltooid verleden tijd

que jebalbutiasse
que tubalbutiasses
qu'ilbalbutiât
que nousbalbutiassions
que vousbalbutiassiez
qu'ilsbalbutiassent

Voorwaardelijke wijs

jebalbutierais
tubalbutierais
il, elle, onbalbutierait
nousbalbutierions
vousbalbutieriez
ils, ellesbalbutieraient

Gebiedende wijs

(tu)balbutie
(nous)balbutions
(vous)balbutiez

Vertalingen

Catalaans
balbucejar
Duits
stammeln; stottern
Engels
to stammer; to stutter
Spaans
balbucear; balbucir
Italiaans
balbettare
Nederlands
stamelen; stotteren
Portugees
balbuciar