Infinitieffracturer
Tegenwoordig deelwoordfracturant
Voltooid deelwoordfracturé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jefracture
tufractures
il, elle, onfracture
nousfracturons
vousfracturez
ils, ellesfracturent

Onvoltooid verleden tijd

jefracturais
tufracturais
il, elle, onfracturait
nousfracturions
vousfracturiez
ils, ellesfracturaient

Verleden tijd

jefracturai
tufracturas
il, elle, onfractura
nousfracturâmes
vousfracturâtes
ils, ellesfracturèrent

Toekomende tijd

jefracturerai
tufractureras
il, elle, onfracturera
nousfracturerons
vousfracturerez
ils, ellesfractureront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jefracture
que tufractures
qu'ilfracture
que nousfracturions
que vousfracturiez
qu'ilsfracturent

Onvoltooid verleden tijd

que jefracturasse
que tufracturasses
qu'ilfracturât
que nousfracturassions
que vousfracturassiez
qu'ilsfracturassent

Voorwaardelijke wijs

jefracturerais
tufracturerais
il, elle, onfracturerait
nousfracturerions
vousfractureriez
ils, ellesfractureraient

Gebiedende wijs

(tu)fracture
(nous)fracturons
(vous)fracturez

Vertalingen

Catalaans
fracturar
Duits
brechen; zerbrechen
Engels
to break; to fracture
Spaans
fracturar
Italiaans
fratturare
Nederlands
breken; scheuren
Portugees
fraturar