Infinitiefnoter
Tegenwoordig deelwoordnotant
Voltooid deelwoordnoté

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jenote
tunotes
il, elle, onnote
nousnotons
vousnotez
ils, ellesnotent

Onvoltooid verleden tijd

jenotais
tunotais
il, elle, onnotait
nousnotions
vousnotiez
ils, ellesnotaient

Verleden tijd

jenotai
tunotas
il, elle, onnota
nousnotâmes
vousnotâtes
ils, ellesnotèrent

Toekomende tijd

jenoterai
tunoteras
il, elle, onnotera
nousnoterons
vousnoterez
ils, ellesnoteront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jenote
que tunotes
qu'ilnote
que nousnotions
que vousnotiez
qu'ilsnotent

Onvoltooid verleden tijd

que jenotasse
que tunotasses
qu'ilnotât
que nousnotassions
que vousnotassiez
qu'ilsnotassent

Voorwaardelijke wijs

jenoterais
tunoterais
il, elle, onnoterait
nousnoterions
vousnoteriez
ils, ellesnoteraient

Gebiedende wijs

(tu)note
(nous)notons
(vous)notez

Vertalingen

Catalaans
anotar; notar
Engels
to mark; to notice
Spaans
anotar; notar
Italiaans
notare
Nederlands
aantekenen; noteren; opschrijven
Portugees
notar