Infinitiefviser
Tegenwoordig deelwoordvisant
Voltooid deelwoordvisé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jevise
tuvises
il, elle, onvise
nousvisons
vousvisez
ils, ellesvisent

Onvoltooid verleden tijd

jevisais
tuvisais
il, elle, onvisait
nousvisions
vousvisiez
ils, ellesvisaient

Verleden tijd

jevisai
tuvisas
il, elle, onvisa
nousvisâmes
vousvisâtes
ils, ellesvisèrent

Toekomende tijd

jeviserai
tuviseras
il, elle, onvisera
nousviserons
vousviserez
ils, ellesviseront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jevise
que tuvises
qu'ilvise
que nousvisions
que vousvisiez
qu'ilsvisent

Onvoltooid verleden tijd

que jevisasse
que tuvisasses
qu'ilvisât
que nousvisassions
que vousvisassiez
qu'ilsvisassent

Voorwaardelijke wijs

jeviserais
tuviserais
il, elle, onviserait
nousviserions
vousviseriez
ils, ellesviseraient

Gebiedende wijs

(tu)vise
(nous)visons
(vous)visez

Vertalingen

Catalaans
apuntar
Engels
to aim; to target
Spaans
apuntar
Portugees
visar