Infinitiefmarier
Tegenwoordig deelwoordmariant
Voltooid deelwoordmarié

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jemarie
tumaries
il, elle, onmarie
nousmarions
vousmariez
ils, ellesmarient

Onvoltooid verleden tijd

jemariais
tumariais
il, elle, onmariait
nousmariions
vousmariiez
ils, ellesmariaient

Verleden tijd

jemariai
tumarias
il, elle, onmaria
nousmariâmes
vousmariâtes
ils, ellesmarièrent

Toekomende tijd

jemarierai
tumarieras
il, elle, onmariera
nousmarierons
vousmarierez
ils, ellesmarieront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jemarie
que tumaries
qu'ilmarie
que nousmariions
que vousmariiez
qu'ilsmarient

Onvoltooid verleden tijd

que jemariasse
que tumariasses
qu'ilmariât
que nousmariassions
que vousmariassiez
qu'ilsmariassent

Voorwaardelijke wijs

jemarierais
tumarierais
il, elle, onmarierait
nousmarierions
vousmarieriez
ils, ellesmarieraient

Gebiedende wijs

(tu)marie
(nous)marions
(vous)mariez

Vertalingen

Catalaans
casar
Duits
heiraten; trauen
Engels
to marry
Spaans
casar
Italiaans
cassare
Nederlands
trouwen
Portugees
casar