Infinitiefscintiller
Tegenwoordig deelwoordscintillant
Voltooid deelwoordscintillé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jescintille
tuscintilles
il, elle, onscintille
nousscintillons
vousscintillez
ils, ellesscintillent

Onvoltooid verleden tijd

jescintillais
tuscintillais
il, elle, onscintillait
nousscintillions
vousscintilliez
ils, ellesscintillaient

Verleden tijd

jescintillai
tuscintillas
il, elle, onscintilla
nousscintillâmes
vousscintillâtes
ils, ellesscintillèrent

Toekomende tijd

jescintillerai
tuscintilleras
il, elle, onscintillera
nousscintillerons
vousscintillerez
ils, ellesscintilleront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jescintille
que tuscintilles
qu'ilscintille
que nousscintillions
que vousscintilliez
qu'ilsscintillent

Onvoltooid verleden tijd

que jescintillasse
que tuscintillasses
qu'ilscintillât
que nousscintillassions
que vousscintillassiez
qu'ilsscintillassent

Voorwaardelijke wijs

jescintillerais
tuscintillerais
il, elle, onscintillerait
nousscintillerions
vousscintilleriez
ils, ellesscintilleraient

Gebiedende wijs

(tu)scintille
(nous)scintillons
(vous)scintillez

Vertalingen

Catalaans
centellejar; escintil·lar
Engels
to sparkle
Spaans
centellear; parpadear
Italiaans
scintillare
Portugees
centelhar; cintilar