Infinitiefappendre
Tegenwoordig deelwoordappendant
Voltooid deelwoordappendu

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

j'appends
tuappends
il, elle, onappend
nousappendons
vousappendez
ils, ellesappendent

Onvoltooid verleden tijd

j'appendais
tuappendais
il, elle, onappendait
nousappendions
vousappendiez
ils, ellesappendaient

Verleden tijd

j'appendis
tuappendis
il, elle, onappendit
nousappendîmes
vousappendîtes
ils, ellesappendirent

Toekomende tijd

j'appendrai
tuappendras
il, elle, onappendra
nousappendrons
vousappendrez
ils, ellesappendront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que j'appende
que tuappendes
qu'ilappende
que nousappendions
que vousappendiez
qu'ilsappendent

Onvoltooid verleden tijd

que j'appendisse
que tuappendisses
qu'ilappendît
que nousappendissions
que vousappendissiez
qu'ilsappendissent

Voorwaardelijke wijs

j'appendrais
tuappendrais
il, elle, onappendrait
nousappendrions
vousappendriez
ils, ellesappendraient

Gebiedende wijs

(tu)appends
(nous)appendons
(vous)appendez

Vertalingen

Catalaans
penjar
Duits
aufhängen
Engels
to append; to hang; to hang up
Spaans
colgar
Italiaans
appendere
Nederlands
ophangen