Infinitiefmenacer
Tegenwoordig deelwoordmenaçant
Voltooid deelwoordmenacé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jemenace
tumenaces
il, elle, onmenace
nousmenaçons
vousmenacez
ils, ellesmenacent

Onvoltooid verleden tijd

jemenaçais
tumenaçais
il, elle, onmenaçait
nousmenacions
vousmenaciez
ils, ellesmenaçaient

Verleden tijd

jemenaçai
tumenaças
il, elle, onmenaça
nousmenaçâmes
vousmenaçâtes
ils, ellesmenacèrent

Toekomende tijd

jemenacerai
tumenaceras
il, elle, onmenacera
nousmenacerons
vousmenacerez
ils, ellesmenaceront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jemenace
que tumenaces
qu'ilmenace
que nousmenacions
que vousmenaciez
qu'ilsmenacent

Onvoltooid verleden tijd

que jemenaçasse
que tumenaçasses
qu'ilmenaçât
que nousmenaçassions
que vousmenaçassiez
qu'ilsmenaçassent

Voorwaardelijke wijs

jemenacerais
tumenacerais
il, elle, onmenacerait
nousmenacerions
vousmenaceriez
ils, ellesmenaceraient

Gebiedende wijs

(tu)menace
(nous)menaçons
(vous)menacez

Vertalingen

Catalaans
amenaçar
Engels
to threaten
Spaans
amenazar
Italiaans
minacciare
Nederlands
bedreigen; dreigen
Portugees
ameaçar