Infinitiefsignaler
Tegenwoordig deelwoordsignalant
Voltooid deelwoordsignalé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jesignale
tusignales
il, elle, onsignale
noussignalons
voussignalez
ils, ellessignalent

Onvoltooid verleden tijd

jesignalais
tusignalais
il, elle, onsignalait
noussignalions
voussignaliez
ils, ellessignalaient

Verleden tijd

jesignalai
tusignalas
il, elle, onsignala
noussignalâmes
voussignalâtes
ils, ellessignalèrent

Toekomende tijd

jesignalerai
tusignaleras
il, elle, onsignalera
noussignalerons
voussignalerez
ils, ellessignaleront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jesignale
que tusignales
qu'ilsignale
que noussignalions
que voussignaliez
qu'ilssignalent

Onvoltooid verleden tijd

que jesignalasse
que tusignalasses
qu'ilsignalât
que noussignalassions
que voussignalassiez
qu'ilssignalassent

Voorwaardelijke wijs

jesignalerais
tusignalerais
il, elle, onsignalerait
noussignalerions
voussignaleriez
ils, ellessignaleraient

Gebiedende wijs

(tu)signale
(nous)signalons
(vous)signalez

Vertalingen

Catalaans
assenyalar; senyalar
Duits
melden; signalisieren
Engels
to indicate; to point
Spaans
señalar
Italiaans
segnalare
Nederlands
signaleren
Portugees
assinalar