Infinitiefloger
Tegenwoordig deelwoordlogeant
Voltooid deelwoordlogé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jeloge
tuloges
il, elle, onloge
nouslogeons
vouslogez
ils, elleslogent

Onvoltooid verleden tijd

jelogeais
tulogeais
il, elle, onlogeait
nouslogions
vouslogiez
ils, elleslogeaient

Verleden tijd

jelogeai
tulogeas
il, elle, onlogea
nouslogeâmes
vouslogeâtes
ils, elleslogèrent

Toekomende tijd

jelogerai
tulogeras
il, elle, onlogera
nouslogerons
vouslogerez
ils, elleslogeront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jeloge
que tuloges
qu'illoge
que nouslogions
que vouslogiez
qu'ilslogent

Onvoltooid verleden tijd

que jelogeasse
que tulogeasses
qu'illogeât
que nouslogeassions
que vouslogeassiez
qu'ilslogeassent

Voorwaardelijke wijs

jelogerais
tulogerais
il, elle, onlogerait
nouslogerions
vouslogeriez
ils, elleslogeraient

Gebiedende wijs

(tu)loge
(nous)logeons
(vous)logez

Vertalingen

Catalaans
albergar; allotjar; allotjar-se
Engels
to house; to live; to stay
Spaans
albergar; alojar; alojarse
Portugees
albergar