Infinitiefprocurer
Tegenwoordig deelwoordprocurant
Voltooid deelwoordprocuré

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jeprocure
tuprocures
il, elle, onprocure
nousprocurons
vousprocurez
ils, ellesprocurent

Onvoltooid verleden tijd

jeprocurais
tuprocurais
il, elle, onprocurait
nousprocurions
vousprocuriez
ils, ellesprocuraient

Verleden tijd

jeprocurai
tuprocuras
il, elle, onprocura
nousprocurâmes
vousprocurâtes
ils, ellesprocurèrent

Toekomende tijd

jeprocurerai
tuprocureras
il, elle, onprocurera
nousprocurerons
vousprocurerez
ils, ellesprocureront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jeprocure
que tuprocures
qu'ilprocure
que nousprocurions
que vousprocuriez
qu'ilsprocurent

Onvoltooid verleden tijd

que jeprocurasse
que tuprocurasses
qu'ilprocurât
que nousprocurassions
que vousprocurassiez
qu'ilsprocurassent

Voorwaardelijke wijs

jeprocurerais
tuprocurerais
il, elle, onprocurerait
nousprocurerions
vousprocureriez
ils, ellesprocureraient

Gebiedende wijs

(tu)procure
(nous)procurons
(vous)procurez

Vertalingen

Catalaans
procurar
Engels
to procure
Spaans
causar; mediar; procurar
Italiaans
causare
Nederlands
beleggen; bemiddelen; houden; teweegbrengen