Infinitiefparalyser
Tegenwoordig deelwoordparalysant
Voltooid deelwoordparalysé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jeparalyse
tuparalyses
il, elle, onparalyse
nousparalysons
vousparalysez
ils, ellesparalysent

Onvoltooid verleden tijd

jeparalysais
tuparalysais
il, elle, onparalysait
nousparalysions
vousparalysiez
ils, ellesparalysaient

Verleden tijd

jeparalysai
tuparalysas
il, elle, onparalysa
nousparalysâmes
vousparalysâtes
ils, ellesparalysèrent

Toekomende tijd

jeparalyserai
tuparalyseras
il, elle, onparalysera
nousparalyserons
vousparalyserez
ils, ellesparalyseront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jeparalyse
que tuparalyses
qu'ilparalyse
que nousparalysions
que vousparalysiez
qu'ilsparalysent

Onvoltooid verleden tijd

que jeparalysasse
que tuparalysasses
qu'ilparalysât
que nousparalysassions
que vousparalysassiez
qu'ilsparalysassent

Voorwaardelijke wijs

jeparalyserais
tuparalyserais
il, elle, onparalyserait
nousparalyserions
vousparalyseriez
ils, ellesparalyseraient

Gebiedende wijs

(tu)paralyse
(nous)paralysons
(vous)paralysez

Vertalingen

Catalaans
paralitzar
Engels
to paralyse
Spaans
paralizar
Italiaans
paralizzare
Portugees
paralisar