Infinitiefpenser
Tegenwoordig deelwoordpensant
Voltooid deelwoordpensé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jepense
tupenses
il, elle, onpense
nouspensons
vouspensez
ils, ellespensent

Onvoltooid verleden tijd

jepensais
tupensais
il, elle, onpensait
nouspensions
vouspensiez
ils, ellespensaient

Verleden tijd

jepensai
tupensas
il, elle, onpensa
nouspensâmes
vouspensâtes
ils, ellespensèrent

Toekomende tijd

jepenserai
tupenseras
il, elle, onpensera
nouspenserons
vouspenserez
ils, ellespenseront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jepense
que tupenses
qu'ilpense
que nouspensions
que vouspensiez
qu'ilspensent

Onvoltooid verleden tijd

que jepensasse
que tupensasses
qu'ilpensât
que nouspensassions
que vouspensassiez
qu'ilspensassent

Voorwaardelijke wijs

jepenserais
tupenserais
il, elle, onpenserait
nouspenserions
vouspenseriez
ils, ellespenseraient

Gebiedende wijs

(tu)pense
(nous)pensons
(vous)pensez

Vertalingen

Catalaans
pensar
Duits
denken; meinen; nachdenken
Engels
to remember; to think
Spaans
acordarse; pensar
Italiaans
pensare
Nederlands
denken; nadenken
Portugees
pensar