Infinitiefbander
Tegenwoordig deelwoordbandant
Voltooid deelwoordbandé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jebande
tubandes
il, elle, onbande
nousbandons
vousbandez
ils, ellesbandent

Onvoltooid verleden tijd

jebandais
tubandais
il, elle, onbandait
nousbandions
vousbandiez
ils, ellesbandaient

Verleden tijd

jebandai
tubandas
il, elle, onbanda
nousbandâmes
vousbandâtes
ils, ellesbandèrent

Toekomende tijd

jebanderai
tubanderas
il, elle, onbandera
nousbanderons
vousbanderez
ils, ellesbanderont

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jebande
que tubandes
qu'ilbande
que nousbandions
que vousbandiez
qu'ilsbandent

Onvoltooid verleden tijd

que jebandasse
que tubandasses
qu'ilbandât
que nousbandassions
que vousbandassiez
qu'ilsbandassent

Voorwaardelijke wijs

jebanderais
tubanderais
il, elle, onbanderait
nousbanderions
vousbanderiez
ils, ellesbanderaient

Gebiedende wijs

(tu)bande
(nous)bandons
(vous)bandez

Vertalingen

Catalaans
embenar
Engels
to bandage; to bind
Spaans
vendar
Italiaans
bendare