Infinitiefcoller
Tegenwoordig deelwoordcollant
Voltooid deelwoordcollé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jecolle
tucolles
il, elle, oncolle
nouscollons
vouscollez
ils, ellescollent

Onvoltooid verleden tijd

jecollais
tucollais
il, elle, oncollait
nouscollions
vouscolliez
ils, ellescollaient

Verleden tijd

jecollai
tucollas
il, elle, oncolla
nouscollâmes
vouscollâtes
ils, ellescollèrent

Toekomende tijd

jecollerai
tucolleras
il, elle, oncollera
nouscollerons
vouscollerez
ils, ellescolleront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jecolle
que tucolles
qu'ilcolle
que nouscollions
que vouscolliez
qu'ilscollent

Onvoltooid verleden tijd

que jecollasse
que tucollasses
qu'ilcollât
que nouscollassions
que vouscollassiez
qu'ilscollassent

Voorwaardelijke wijs

jecollerais
tucollerais
il, elle, oncollerait
nouscollerions
vouscolleriez
ils, ellescolleraient

Gebiedende wijs

(tu)colle
(nous)collons
(vous)collez

Vertalingen

Catalaans
enganxar
Engels
to glue; to stick
Spaans
pegar
Italiaans
incollare