Infinitiefchasser
Tegenwoordig deelwoordchassant
Voltooid deelwoordchassé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jechasse
tuchasses
il, elle, onchasse
nouschassons
vouschassez
ils, elleschassent

Onvoltooid verleden tijd

jechassais
tuchassais
il, elle, onchassait
nouschassions
vouschassiez
ils, elleschassaient

Verleden tijd

jechassai
tuchassas
il, elle, onchassa
nouschassâmes
vouschassâtes
ils, elleschassèrent

Toekomende tijd

jechasserai
tuchasseras
il, elle, onchassera
nouschasserons
vouschasserez
ils, elleschasseront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jechasse
que tuchasses
qu'ilchasse
que nouschassions
que vouschassiez
qu'ilschassent

Onvoltooid verleden tijd

que jechassasse
que tuchassasses
qu'ilchassât
que nouschassassions
que vouschassassiez
qu'ilschassassent

Voorwaardelijke wijs

jechasserais
tuchasserais
il, elle, onchasserait
nouschasserions
vouschasseriez
ils, elleschasseraient

Gebiedende wijs

(tu)chasse
(nous)chassons
(vous)chassez

Vertalingen

Catalaans
caçar
Engels
to chase; to hunt
Spaans
cazar
Italiaans
cacciare
Portugees
caçar