Infinitiefbondir
Tegenwoordig deelwoordbondissant
Voltooid deelwoordbondi

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jebondis
tubondis
il, elle, onbondit
nousbondissons
vousbondissez
ils, ellesbondissent

Onvoltooid verleden tijd

jebondissais
tubondissais
il, elle, onbondissait
nousbondissions
vousbondissiez
ils, ellesbondissaient

Verleden tijd

jebondis
tubondis
il, elle, onbondit
nousbondîmes
vousbondîtes
ils, ellesbondirent

Toekomende tijd

jebondirai
tubondiras
il, elle, onbondira
nousbondirons
vousbondirez
ils, ellesbondiront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jebondisse
que tubondisses
qu'ilbondisse
que nousbondissions
que vousbondissiez
qu'ilsbondissent

Onvoltooid verleden tijd

que jebondisse
que tubondisses
qu'ilbondît
que nousbondissions
que vousbondissiez
qu'ilsbondissent

Voorwaardelijke wijs

jebondirais
tubondirais
il, elle, onbondirait
nousbondirions
vousbondiriez
ils, ellesbondiraient

Gebiedende wijs

(tu)bondis
(nous)bondissons
(vous)bondissez

Vertalingen

Catalaans
botar
Duits
aufspringen; springen
Engels
to bounce; to jump
Spaans
brincar; saltar
Italiaans
balzare; saltare