Infinitiefappliquer
Tegenwoordig deelwoordappliquant
Voltooid deelwoordappliqué

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

j'applique
tuappliques
il, elle, onapplique
nousappliquons
vousappliquez
ils, ellesappliquent

Onvoltooid verleden tijd

j'appliquais
tuappliquais
il, elle, onappliquait
nousappliquions
vousappliquiez
ils, ellesappliquaient

Verleden tijd

j'appliquai
tuappliquas
il, elle, onappliqua
nousappliquâmes
vousappliquâtes
ils, ellesappliquèrent

Toekomende tijd

j'appliquerai
tuappliqueras
il, elle, onappliquera
nousappliquerons
vousappliquerez
ils, ellesappliqueront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que j'applique
que tuappliques
qu'ilapplique
que nousappliquions
que vousappliquiez
qu'ilsappliquent

Onvoltooid verleden tijd

que j'appliquasse
que tuappliquasses
qu'ilappliquât
que nousappliquassions
que vousappliquassiez
qu'ilsappliquassent

Voorwaardelijke wijs

j'appliquerais
tuappliquerais
il, elle, onappliquerait
nousappliquerions
vousappliqueriez
ils, ellesappliqueraient

Gebiedende wijs

(tu)applique
(nous)appliquons
(vous)appliquez

Vertalingen

Catalaans
aplicar
Duits
anbringen; ansetzen; anwenden; verwenden
Engels
to apply
Spaans
aplicar
Italiaans
applicare
Nederlands
aanbrengen; aanwenden; toepassen
Portugees
aplicar