Infinitieftransmettre
Tegenwoordig deelwoordtransmettant
Voltooid deelwoordtransmis

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jetransmets
tutransmets
il, elle, ontransmet
noustransmettons
voustransmettez
ils, ellestransmettent

Onvoltooid verleden tijd

jetransmettais
tutransmettais
il, elle, ontransmettait
noustransmettions
voustransmettiez
ils, ellestransmettaient

Verleden tijd

jetransmis
tutransmis
il, elle, ontransmit
noustransmîmes
voustransmîtes
ils, ellestransmirent

Toekomende tijd

jetransmettrai
tutransmettras
il, elle, ontransmettra
noustransmettrons
voustransmettrez
ils, ellestransmettront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jetransmette
que tutransmettes
qu'iltransmette
que noustransmettions
que voustransmettiez
qu'ilstransmettent

Onvoltooid verleden tijd

que jetransmisse
que tutransmisses
qu'iltransmît
que noustransmissions
que voustransmissiez
qu'ilstransmissent

Voorwaardelijke wijs

jetransmettrais
tutransmettrais
il, elle, ontransmettrait
noustransmettrions
voustransmettriez
ils, ellestransmettraient

Gebiedende wijs

(tu)transmets
(nous)transmettons
(vous)transmettez

Vertalingen

Catalaans
transmetre
Engels
to pass on; to transmit
Spaans
transmitir
Italiaans
trasmettere
Nederlands
doorseinen; overbrengen
Portugees
transmitir