Infinitiefbalancer
Tegenwoordig deelwoordbalançant
Voltooid deelwoordbalancé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jebalance
tubalances
il, elle, onbalance
nousbalançons
vousbalancez
ils, ellesbalancent

Onvoltooid verleden tijd

jebalançais
tubalançais
il, elle, onbalançait
nousbalancions
vousbalanciez
ils, ellesbalançaient

Verleden tijd

jebalançai
tubalanças
il, elle, onbalança
nousbalançâmes
vousbalançâtes
ils, ellesbalancèrent

Toekomende tijd

jebalancerai
tubalanceras
il, elle, onbalancera
nousbalancerons
vousbalancerez
ils, ellesbalanceront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jebalance
que tubalances
qu'ilbalance
que nousbalancions
que vousbalanciez
qu'ilsbalancent

Onvoltooid verleden tijd

que jebalançasse
que tubalançasses
qu'ilbalançât
que nousbalançassions
que vousbalançassiez
qu'ilsbalançassent

Voorwaardelijke wijs

jebalancerais
tubalancerais
il, elle, onbalancerait
nousbalancerions
vousbalanceriez
ils, ellesbalanceraient

Gebiedende wijs

(tu)balance
(nous)balançons
(vous)balancez

Vertalingen

Catalaans
balançar; balancejar
Engels
to balance; to dangle; to swing
Spaans
balancear
Italiaans
bilanciare
Nederlands
balanceren; slingeren
Portugees
balançar; balancear