Infinitieffuir
Tegenwoordig deelwoordfuyant
Voltooid deelwoordfui

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jefuis
tufuis
il, elle, onfuit
nousfuyons
vousfuyez
ils, ellesfuient

Onvoltooid verleden tijd

jefuyais
tufuyais
il, elle, onfuyait
nousfuyions
vousfuyiez
ils, ellesfuyaient

Verleden tijd

jefuis
tufuis
il, elle, onfuit
nousfuîmes
vousfuîtes
ils, ellesfuirent

Toekomende tijd

jefuirai
tufuiras
il, elle, onfuira
nousfuirons
vousfuirez
ils, ellesfuiront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jefuie
que tufuies
qu'ilfuie
que nousfuyions
que vousfuyiez
qu'ilsfuient

Onvoltooid verleden tijd

que jefuisse
que tufuisses
qu'ilfuît
que nousfuissions
que vousfuissiez
qu'ilsfuissent

Voorwaardelijke wijs

jefuirais
tufuirais
il, elle, onfuirait
nousfuirions
vousfuiriez
ils, ellesfuiraient

Gebiedende wijs

(tu)fuis
(nous)fuyons
(vous)fuyez

Vertalingen

Catalaans
fugir
Engels
to evade; to flee; to leak
Spaans
evadir; huir
Italiaans
evadere; fuggire
Nederlands
lekken; vluchten
Portugees
fugir