Infinitiefpendre
Tegenwoordig deelwoordpendant
Voltooid deelwoordpendu

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jepends
tupends
il, elle, onpend
nouspendons
vouspendez
ils, ellespendent

Onvoltooid verleden tijd

jependais
tupendais
il, elle, onpendait
nouspendions
vouspendiez
ils, ellespendaient

Verleden tijd

jependis
tupendis
il, elle, onpendit
nouspendîmes
vouspendîtes
ils, ellespendirent

Toekomende tijd

jependrai
tupendras
il, elle, onpendra
nouspendrons
vouspendrez
ils, ellespendront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jepende
que tupendes
qu'ilpende
que nouspendions
que vouspendiez
qu'ilspendent

Onvoltooid verleden tijd

que jependisse
que tupendisses
qu'ilpendît
que nouspendissions
que vouspendissiez
qu'ilspendissent

Voorwaardelijke wijs

jependrais
tupendrais
il, elle, onpendrait
nouspendrions
vouspendriez
ils, ellespendraient

Gebiedende wijs

(tu)pends
(nous)pendons
(vous)pendez

Vertalingen

Catalaans
penjar
Engels
to hang
Spaans
colgar; pender
Italiaans
pendere
Nederlands
hangen; ophangen
Portugees
pender; pendurar