Infinitiefconcevoir
Tegenwoordig deelwoordconcevant
Voltooid deelwoordconçu

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jeconçois
tuconçois
il, elle, onconçoit
nousconcevons
vousconcevez
ils, ellesconçoivent

Onvoltooid verleden tijd

jeconcevais
tuconcevais
il, elle, onconcevait
nousconcevions
vousconceviez
ils, ellesconcevaient

Verleden tijd

jeconçus
tuconçus
il, elle, onconçut
nousconçûmes
vousconçûtes
ils, ellesconçurent

Toekomende tijd

jeconcevrai
tuconcevras
il, elle, onconcevra
nousconcevrons
vousconcevrez
ils, ellesconcevront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jeconçoive
que tuconçoives
qu'ilconçoive
que nousconcevions
que vousconceviez
qu'ilsconçoivent

Onvoltooid verleden tijd

que jeconçusse
que tuconçusses
qu'ilconçût
que nousconçussions
que vousconçussiez
qu'ilsconçussent

Voorwaardelijke wijs

jeconcevrais
tuconcevrais
il, elle, onconcevrait
nousconcevrions
vousconcevriez
ils, ellesconcevraient

Gebiedende wijs

(tu)conçois
(nous)concevons
(vous)concevez

Vertalingen

Catalaans
concebre
Engels
to conceive
Spaans
concebir
Italiaans
concepire
Nederlands
bevatten; koesteren; ontvangen; ontwerpen; verwekken
Portugees
conceber