Infinitiefcalculer
Tegenwoordig deelwoordcalculant
Voltooid deelwoordcalculé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jecalcule
tucalcules
il, elle, oncalcule
nouscalculons
vouscalculez
ils, ellescalculent

Onvoltooid verleden tijd

jecalculais
tucalculais
il, elle, oncalculait
nouscalculions
vouscalculiez
ils, ellescalculaient

Verleden tijd

jecalculai
tucalculas
il, elle, oncalcula
nouscalculâmes
vouscalculâtes
ils, ellescalculèrent

Toekomende tijd

jecalculerai
tucalculeras
il, elle, oncalculera
nouscalculerons
vouscalculerez
ils, ellescalculeront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jecalcule
que tucalcules
qu'ilcalcule
que nouscalculions
que vouscalculiez
qu'ilscalculent

Onvoltooid verleden tijd

que jecalculasse
que tucalculasses
qu'ilcalculât
que nouscalculassions
que vouscalculassiez
qu'ilscalculassent

Voorwaardelijke wijs

jecalculerais
tucalculerais
il, elle, oncalculerait
nouscalculerions
vouscalculeriez
ils, ellescalculeraient

Gebiedende wijs

(tu)calcule
(nous)calculons
(vous)calculez

Vertalingen

Catalaans
calcular
Engels
to calculate
Spaans
calcular
Italiaans
calcolare
Nederlands
berekenen; calculeren
Portugees
calcular