Infinitiefcharger
Tegenwoordig deelwoordchargeant
Voltooid deelwoordchargé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jecharge
tucharges
il, elle, oncharge
nouschargeons
vouschargez
ils, elleschargent

Onvoltooid verleden tijd

jechargeais
tuchargeais
il, elle, onchargeait
nouschargions
vouschargiez
ils, elleschargeaient

Verleden tijd

jechargeai
tuchargeas
il, elle, onchargea
nouschargeâmes
vouschargeâtes
ils, elleschargèrent

Toekomende tijd

jechargerai
tuchargeras
il, elle, onchargera
nouschargerons
vouschargerez
ils, elleschargeront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jecharge
que tucharges
qu'ilcharge
que nouschargions
que vouschargiez
qu'ilschargent

Onvoltooid verleden tijd

que jechargeasse
que tuchargeasses
qu'ilchargeât
que nouschargeassions
que vouschargeassiez
qu'ilschargeassent

Voorwaardelijke wijs

jechargerais
tuchargerais
il, elle, onchargerait
nouschargerions
vouschargeriez
ils, elleschargeraient

Gebiedende wijs

(tu)charge
(nous)chargeons
(vous)chargez

Vertalingen

Catalaans
carregar
Engels
to charge; to load
Spaans
cargar
Italiaans
caricare
Nederlands
belasten; inladen; laden; opladen
Portugees
carregar