Infinitiefphagocyter
Tegenwoordig deelwoordphagocytant
Voltooid deelwoordphagocyté

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jephagocyte
tuphagocytes
il, elle, onphagocyte
nousphagocytons
vousphagocytez
ils, ellesphagocytent

Onvoltooid verleden tijd

jephagocytais
tuphagocytais
il, elle, onphagocytait
nousphagocytions
vousphagocytiez
ils, ellesphagocytaient

Verleden tijd

jephagocytai
tuphagocytas
il, elle, onphagocyta
nousphagocytâmes
vousphagocytâtes
ils, ellesphagocytèrent

Toekomende tijd

jephagocyterai
tuphagocyteras
il, elle, onphagocytera
nousphagocyterons
vousphagocyterez
ils, ellesphagocyteront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jephagocyte
que tuphagocytes
qu'ilphagocyte
que nousphagocytions
que vousphagocytiez
qu'ilsphagocytent

Onvoltooid verleden tijd

que jephagocytasse
que tuphagocytasses
qu'ilphagocytât
que nousphagocytassions
que vousphagocytassiez
qu'ilsphagocytassent

Voorwaardelijke wijs

jephagocyterais
tuphagocyterais
il, elle, onphagocyterait
nousphagocyterions
vousphagocyteriez
ils, ellesphagocyteraient

Gebiedende wijs

(tu)phagocyte
(nous)phagocytons
(vous)phagocytez

Vertalingen

Catalaans
fagocitar
Duits
phagozytieren
Engels
to phagocytise; to swallow
Spaans
fagocitar
Italiaans
fagocitare
Portugees
fagocitar