Infinitiefconfluer
Tegenwoordig deelwoordconfluant
Voltooid deelwoordconflué

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jeconflue
tuconflues
il, elle, onconflue
nousconfluons
vousconfluez
ils, ellesconfluent

Onvoltooid verleden tijd

jeconfluais
tuconfluais
il, elle, onconfluait
nousconfluions
vousconfluiez
ils, ellesconfluaient

Verleden tijd

jeconfluai
tuconfluas
il, elle, onconflua
nousconfluâmes
vousconfluâtes
ils, ellesconfluèrent

Toekomende tijd

jeconfluerai
tuconflueras
il, elle, onconfluera
nousconfluerons
vousconfluerez
ils, ellesconflueront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jeconflue
que tuconflues
qu'ilconflue
que nousconfluions
que vousconfluiez
qu'ilsconfluent

Onvoltooid verleden tijd

que jeconfluasse
que tuconfluasses
qu'ilconfluât
que nousconfluassions
que vousconfluassiez
qu'ilsconfluassent

Voorwaardelijke wijs

jeconfluerais
tuconfluerais
il, elle, onconfluerait
nousconfluerions
vousconflueriez
ils, ellesconflueraient

Gebiedende wijs

(tu)conflue
(nous)confluons
(vous)confluez

Vertalingen

Catalaans
confluir
Engels
to converge; to join
Spaans
confluir
Italiaans
confluire
Portugees
confluir