Infinitiefhandicaper
Tegenwoordig deelwoordhandicapant
Voltooid deelwoordhandicapé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

j'handicape
tuhandicapes
il, elle, onhandicape
noushandicapons
voushandicapez
ils, elleshandicapent

Onvoltooid verleden tijd

j'handicapais
tuhandicapais
il, elle, onhandicapait
noushandicapions
voushandicapiez
ils, elleshandicapaient

Verleden tijd

j'handicapai
tuhandicapas
il, elle, onhandicapa
noushandicapâmes
voushandicapâtes
ils, elleshandicapèrent

Toekomende tijd

j'handicaperai
tuhandicaperas
il, elle, onhandicapera
noushandicaperons
voushandicaperez
ils, elleshandicaperont

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que j'handicape
que tuhandicapes
qu'ilhandicape
que noushandicapions
que voushandicapiez
qu'ilshandicapent

Onvoltooid verleden tijd

que j'handicapasse
que tuhandicapasses
qu'ilhandicapât
que noushandicapassions
que voushandicapassiez
qu'ilshandicapassent

Voorwaardelijke wijs

j'handicaperais
tuhandicaperais
il, elle, onhandicaperait
noushandicaperions
voushandicaperiez
ils, elleshandicaperaient

Gebiedende wijs

(tu)handicape
(nous)handicapons
(vous)handicapez

Vertalingen

Catalaans
handicapar
Duits
behindern; handikapen
Engels
to handicap
Italiaans
handicappare