Infinitiefcommander
Tegenwoordig deelwoordcommandant
Voltooid deelwoordcommandé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jecommande
tucommandes
il, elle, oncommande
nouscommandons
vouscommandez
ils, ellescommandent

Onvoltooid verleden tijd

jecommandais
tucommandais
il, elle, oncommandait
nouscommandions
vouscommandiez
ils, ellescommandaient

Verleden tijd

jecommandai
tucommandas
il, elle, oncommanda
nouscommandâmes
vouscommandâtes
ils, ellescommandèrent

Toekomende tijd

jecommanderai
tucommanderas
il, elle, oncommandera
nouscommanderons
vouscommanderez
ils, ellescommanderont

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jecommande
que tucommandes
qu'ilcommande
que nouscommandions
que vouscommandiez
qu'ilscommandent

Onvoltooid verleden tijd

que jecommandasse
que tucommandasses
qu'ilcommandât
que nouscommandassions
que vouscommandassiez
qu'ilscommandassent

Voorwaardelijke wijs

jecommanderais
tucommanderais
il, elle, oncommanderait
nouscommanderions
vouscommanderiez
ils, ellescommanderaient

Gebiedende wijs

(tu)commande
(nous)commandons
(vous)commandez

Vertalingen

Catalaans
comandar; demanar; manar
Engels
to command; to order
Spaans
encargar; mandar; ordenar
Italiaans
comandare
Nederlands
bevelen; commanderen
Portugees
comandar; mandar; ordenar