Infinitiefrivaliser
Tegenwoordig deelwoordrivalisant
Voltooid deelwoordrivalisé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jerivalise
turivalises
il, elle, onrivalise
nousrivalisons
vousrivalisez
ils, ellesrivalisent

Onvoltooid verleden tijd

jerivalisais
turivalisais
il, elle, onrivalisait
nousrivalisions
vousrivalisiez
ils, ellesrivalisaient

Verleden tijd

jerivalisai
turivalisas
il, elle, onrivalisa
nousrivalisâmes
vousrivalisâtes
ils, ellesrivalisèrent

Toekomende tijd

jerivaliserai
turivaliseras
il, elle, onrivalisera
nousrivaliserons
vousrivaliserez
ils, ellesrivaliseront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jerivalise
que turivalises
qu'ilrivalise
que nousrivalisions
que vousrivalisiez
qu'ilsrivalisent

Onvoltooid verleden tijd

que jerivalisasse
que turivalisasses
qu'ilrivalisât
que nousrivalisassions
que vousrivalisassiez
qu'ilsrivalisassent

Voorwaardelijke wijs

jerivaliserais
turivaliserais
il, elle, onrivaliserait
nousrivaliserions
vousrivaliseriez
ils, ellesrivaliseraient

Gebiedende wijs

(tu)rivalise
(nous)rivalisons
(vous)rivalisez

Vertalingen

Catalaans
competir; rivalitzar
Duits
konkurrieren; wetteifern
Engels
to compete
Spaans
competir; rivalizar
Italiaans
competere; rivaleggiare
Nederlands
concurreren; meedingen; wedijveren
Portugees
competir; concorrer; rivalizar