Infinitieftransplanter
Tegenwoordig deelwoordtransplantant
Voltooid deelwoordtransplanté

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jetransplante
tutransplantes
il, elle, ontransplante
noustransplantons
voustransplantez
ils, ellestransplantent

Onvoltooid verleden tijd

jetransplantais
tutransplantais
il, elle, ontransplantait
noustransplantions
voustransplantiez
ils, ellestransplantaient

Verleden tijd

jetransplantai
tutransplantas
il, elle, ontransplanta
noustransplantâmes
voustransplantâtes
ils, ellestransplantèrent

Toekomende tijd

jetransplanterai
tutransplanteras
il, elle, ontransplantera
noustransplanterons
voustransplanterez
ils, ellestransplanteront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jetransplante
que tutransplantes
qu'iltransplante
que noustransplantions
que voustransplantiez
qu'ilstransplantent

Onvoltooid verleden tijd

que jetransplantasse
que tutransplantasses
qu'iltransplantât
que noustransplantassions
que voustransplantassiez
qu'ilstransplantassent

Voorwaardelijke wijs

jetransplanterais
tutransplanterais
il, elle, ontransplanterait
noustransplanterions
voustransplanteriez
ils, ellestransplanteraient

Gebiedende wijs

(tu)transplante
(nous)transplantons
(vous)transplantez

Vertalingen

Catalaans
trasplantar
Engels
to transplant
Spaans
trasplantar
Nederlands
transplanteren
Portugees
transplantar