Infinitiefvaciller
Tegenwoordig deelwoordvacillant
Voltooid deelwoordvacillé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jevacille
tuvacilles
il, elle, onvacille
nousvacillons
vousvacillez
ils, ellesvacillent

Onvoltooid verleden tijd

jevacillais
tuvacillais
il, elle, onvacillait
nousvacillions
vousvacilliez
ils, ellesvacillaient

Verleden tijd

jevacillai
tuvacillas
il, elle, onvacilla
nousvacillâmes
vousvacillâtes
ils, ellesvacillèrent

Toekomende tijd

jevacillerai
tuvacilleras
il, elle, onvacillera
nousvacillerons
vousvacillerez
ils, ellesvacilleront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jevacille
que tuvacilles
qu'ilvacille
que nousvacillions
que vousvacilliez
qu'ilsvacillent

Onvoltooid verleden tijd

que jevacillasse
que tuvacillasses
qu'ilvacillât
que nousvacillassions
que vousvacillassiez
qu'ilsvacillassent

Voorwaardelijke wijs

jevacillerais
tuvacillerais
il, elle, onvacillerait
nousvacillerions
vousvacilleriez
ils, ellesvacilleraient

Gebiedende wijs

(tu)vacille
(nous)vacillons
(vous)vacillez

Vertalingen

Catalaans
vacil·lar
Engels
to sway; to totter; to vacillate
Spaans
vacilar