Infinitiefabriter
Tegenwoordig deelwoordabritant
Voltooid deelwoordabrité

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

j'abrite
tuabrites
il, elle, onabrite
nousabritons
vousabritez
ils, ellesabritent

Onvoltooid verleden tijd

j'abritais
tuabritais
il, elle, onabritait
nousabritions
vousabritiez
ils, ellesabritaient

Verleden tijd

j'abritai
tuabritas
il, elle, onabrita
nousabritâmes
vousabritâtes
ils, ellesabritèrent

Toekomende tijd

j'abriterai
tuabriteras
il, elle, onabritera
nousabriterons
vousabriterez
ils, ellesabriteront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que j'abrite
que tuabrites
qu'ilabrite
que nousabritions
que vousabritiez
qu'ilsabritent

Onvoltooid verleden tijd

que j'abritasse
que tuabritasses
qu'ilabritât
que nousabritassions
que vousabritassiez
qu'ilsabritassent

Voorwaardelijke wijs

j'abriterais
tuabriterais
il, elle, onabriterait
nousabriterions
vousabriteriez
ils, ellesabriteraient

Gebiedende wijs

(tu)abrite
(nous)abritons
(vous)abritez

Vertalingen

Catalaans
abrigar
Engels
to harbour; to shelter
Spaans
abrigar; proteger
Italiaans
proteggere; riparare
Nederlands
beveiligen