Infinitiefmultiplier
Tegenwoordig deelwoordmultipliant
Voltooid deelwoordmultiplié

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jemultiplie
tumultiplies
il, elle, onmultiplie
nousmultiplions
vousmultipliez
ils, ellesmultiplient

Onvoltooid verleden tijd

jemultipliais
tumultipliais
il, elle, onmultipliait
nousmultipliions
vousmultipliiez
ils, ellesmultipliaient

Verleden tijd

jemultipliai
tumultiplias
il, elle, onmultiplia
nousmultipliâmes
vousmultipliâtes
ils, ellesmultiplièrent

Toekomende tijd

jemultiplierai
tumultiplieras
il, elle, onmultipliera
nousmultiplierons
vousmultiplierez
ils, ellesmultiplieront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jemultiplie
que tumultiplies
qu'ilmultiplie
que nousmultipliions
que vousmultipliiez
qu'ilsmultiplient

Onvoltooid verleden tijd

que jemultipliasse
que tumultipliasses
qu'ilmultipliât
que nousmultipliassions
que vousmultipliassiez
qu'ilsmultipliassent

Voorwaardelijke wijs

jemultiplierais
tumultiplierais
il, elle, onmultiplierait
nousmultiplierions
vousmultiplieriez
ils, ellesmultiplieraient

Gebiedende wijs

(tu)multiplie
(nous)multiplions
(vous)multipliez

Vertalingen

Catalaans
multiplicar
Duits
mehren; multiplizieren
Engels
to multiply
Spaans
multiplicar
Italiaans
moltiplicare
Nederlands
multipliceren; vermeerderen
Portugees
multiplicar