Infinitiefinterroger
Tegenwoordig deelwoordinterrogeant
Voltooid deelwoordinterrogé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

j'interroge
tuinterroges
il, elle, oninterroge
nousinterrogeons
vousinterrogez
ils, ellesinterrogent

Onvoltooid verleden tijd

j'interrogeais
tuinterrogeais
il, elle, oninterrogeait
nousinterrogions
vousinterrogiez
ils, ellesinterrogeaient

Verleden tijd

j'interrogeai
tuinterrogeas
il, elle, oninterrogea
nousinterrogeâmes
vousinterrogeâtes
ils, ellesinterrogèrent

Toekomende tijd

j'interrogerai
tuinterrogeras
il, elle, oninterrogera
nousinterrogerons
vousinterrogerez
ils, ellesinterrogeront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que j'interroge
que tuinterroges
qu'ilinterroge
que nousinterrogions
que vousinterrogiez
qu'ilsinterrogent

Onvoltooid verleden tijd

que j'interrogeasse
que tuinterrogeasses
qu'ilinterrogeât
que nousinterrogeassions
que vousinterrogeassiez
qu'ilsinterrogeassent

Voorwaardelijke wijs

j'interrogerais
tuinterrogerais
il, elle, oninterrogerait
nousinterrogerions
vousinterrogeriez
ils, ellesinterrogeraient

Gebiedende wijs

(tu)interroge
(nous)interrogeons
(vous)interrogez

Vertalingen

Catalaans
interrogar
Engels
to interrogate; to investigate; to query
Spaans
interrogar
Italiaans
interrogare
Nederlands
overhoren; uithoren; uitvragen
Portugees
interrogar