Infinitiefcrucifier
Tegenwoordig deelwoordcrucifiant
Voltooid deelwoordcrucifié

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jecrucifie
tucrucifies
il, elle, oncrucifie
nouscrucifions
vouscrucifiez
ils, ellescrucifient

Onvoltooid verleden tijd

jecrucifiais
tucrucifiais
il, elle, oncrucifiait
nouscrucifiions
vouscrucifiiez
ils, ellescrucifiaient

Verleden tijd

jecrucifiai
tucrucifias
il, elle, oncrucifia
nouscrucifiâmes
vouscrucifiâtes
ils, ellescrucifièrent

Toekomende tijd

jecrucifierai
tucrucifieras
il, elle, oncrucifiera
nouscrucifierons
vouscrucifierez
ils, ellescrucifieront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jecrucifie
que tucrucifies
qu'ilcrucifie
que nouscrucifiions
que vouscrucifiiez
qu'ilscrucifient

Onvoltooid verleden tijd

que jecrucifiasse
que tucrucifiasses
qu'ilcrucifiât
que nouscrucifiassions
que vouscrucifiassiez
qu'ilscrucifiassent

Voorwaardelijke wijs

jecrucifierais
tucrucifierais
il, elle, oncrucifierait
nouscrucifierions
vouscrucifieriez
ils, ellescrucifieraient

Gebiedende wijs

(tu)crucifie
(nous)crucifions
(vous)crucifiez

Vertalingen

Catalaans
crucificar
Engels
to crucify
Spaans
crucificar
Italiaans
crocifiggere
Nederlands
kruisigen
Portugees
crucificar