Infinitieffinancer
Tegenwoordig deelwoordfinançant
Voltooid deelwoordfinancé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jefinance
tufinances
il, elle, onfinance
nousfinançons
vousfinancez
ils, ellesfinancent

Onvoltooid verleden tijd

jefinançais
tufinançais
il, elle, onfinançait
nousfinancions
vousfinanciez
ils, ellesfinançaient

Verleden tijd

jefinançai
tufinanças
il, elle, onfinança
nousfinançâmes
vousfinançâtes
ils, ellesfinancèrent

Toekomende tijd

jefinancerai
tufinanceras
il, elle, onfinancera
nousfinancerons
vousfinancerez
ils, ellesfinanceront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jefinance
que tufinances
qu'ilfinance
que nousfinancions
que vousfinanciez
qu'ilsfinancent

Onvoltooid verleden tijd

que jefinançasse
que tufinançasses
qu'ilfinançât
que nousfinançassions
que vousfinançassiez
qu'ilsfinançassent

Voorwaardelijke wijs

jefinancerais
tufinancerais
il, elle, onfinancerait
nousfinancerions
vousfinanceriez
ils, ellesfinanceraient

Gebiedende wijs

(tu)finance
(nous)finançons
(vous)financez

Vertalingen

Catalaans
finançar
Engels
to finance
Spaans
financiar
Italiaans
finanziare
Nederlands
financieren
Portugees
financiar