Infinitiefgonfler
Tegenwoordig deelwoordgonflant
Voltooid deelwoordgonflé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jegonfle
tugonfles
il, elle, ongonfle
nousgonflons
vousgonflez
ils, ellesgonflent

Onvoltooid verleden tijd

jegonflais
tugonflais
il, elle, ongonflait
nousgonflions
vousgonfliez
ils, ellesgonflaient

Verleden tijd

jegonflai
tugonflas
il, elle, ongonfla
nousgonflâmes
vousgonflâtes
ils, ellesgonflèrent

Toekomende tijd

jegonflerai
tugonfleras
il, elle, ongonflera
nousgonflerons
vousgonflerez
ils, ellesgonfleront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jegonfle
que tugonfles
qu'ilgonfle
que nousgonflions
que vousgonfliez
qu'ilsgonflent

Onvoltooid verleden tijd

que jegonflasse
que tugonflasses
qu'ilgonflât
que nousgonflassions
que vousgonflassiez
qu'ilsgonflassent

Voorwaardelijke wijs

jegonflerais
tugonflerais
il, elle, ongonflerait
nousgonflerions
vousgonfleriez
ils, ellesgonfleraient

Gebiedende wijs

(tu)gonfle
(nous)gonflons
(vous)gonflez

Vertalingen

Catalaans
inflar
Engels
to inflate
Spaans
henchir; inflar
Italiaans
gonfiare
Portugees
inflar