Infinitieffumer
Tegenwoordig deelwoordfumant
Voltooid deelwoordfumé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jefume
tufumes
il, elle, onfume
nousfumons
vousfumez
ils, ellesfument

Onvoltooid verleden tijd

jefumais
tufumais
il, elle, onfumait
nousfumions
vousfumiez
ils, ellesfumaient

Verleden tijd

jefumai
tufumas
il, elle, onfuma
nousfumâmes
vousfumâtes
ils, ellesfumèrent

Toekomende tijd

jefumerai
tufumeras
il, elle, onfumera
nousfumerons
vousfumerez
ils, ellesfumeront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jefume
que tufumes
qu'ilfume
que nousfumions
que vousfumiez
qu'ilsfument

Onvoltooid verleden tijd

que jefumasse
que tufumasses
qu'ilfumât
que nousfumassions
que vousfumassiez
qu'ilsfumassent

Voorwaardelijke wijs

jefumerais
tufumerais
il, elle, onfumerait
nousfumerions
vousfumeriez
ils, ellesfumeraient

Gebiedende wijs

(tu)fume
(nous)fumons
(vous)fumez

Vertalingen

Catalaans
fumar
Duits
rauchen
Engels
to smoke
Spaans
fumar
Italiaans
fumare
Nederlands
roken
Portugees
fumar