Infinitiefconcorder
Tegenwoordig deelwoordconcordant
Voltooid deelwoordconcordé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jeconcorde
tuconcordes
il, elle, onconcorde
nousconcordons
vousconcordez
ils, ellesconcordent

Onvoltooid verleden tijd

jeconcordais
tuconcordais
il, elle, onconcordait
nousconcordions
vousconcordiez
ils, ellesconcordaient

Verleden tijd

jeconcordai
tuconcordas
il, elle, onconcorda
nousconcordâmes
vousconcordâtes
ils, ellesconcordèrent

Toekomende tijd

jeconcorderai
tuconcorderas
il, elle, onconcordera
nousconcorderons
vousconcorderez
ils, ellesconcorderont

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jeconcorde
que tuconcordes
qu'ilconcorde
que nousconcordions
que vousconcordiez
qu'ilsconcordent

Onvoltooid verleden tijd

que jeconcordasse
que tuconcordasses
qu'ilconcordât
que nousconcordassions
que vousconcordassiez
qu'ilsconcordassent

Voorwaardelijke wijs

jeconcorderais
tuconcorderais
il, elle, onconcorderait
nousconcorderions
vousconcorderiez
ils, ellesconcorderaient

Gebiedende wijs

(tu)concorde
(nous)concordons
(vous)concordez

Vertalingen

Catalaans
concordar
Engels
to coincide; to match
Spaans
concurrir